Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Thuis

Geplaatst op: 11-02-2012
door: Lia Edel
schrijfgenoot

Epiloog

Bont en blauw had ze verwacht te zijn. Vermoeid en vermagerd, haar handen kapot van het vallen en moeizaam weer overeind komen omdat niemand haar nog wilde helpen opstaan. Het verbaasde haar nog steeds dat ze rechtop liep, trots en met lichte tred, kilometer na kilometer zonder ook maar een blaartje op te lopen.  Vijf  jaar had ze gereisd en onderweg had ze verteld, had ze geschreven. Veel te voorzichtig eerst. Het ging om haar familie, om haar vrienden. Wat als ze boos werden, haar wegstuurden, haar nooit meer wilden zien?  Niet alles was waar, maar alles wat ze schreef had zij toch zo ervaren. Wat als ze haar zagen zoals ze dacht en voelde?

Was ze teleurgesteld dat ze de wereld rond geweest was alleen om te ontdekken dat ze eigenlijk altijd al op haar bestemming geweest was? Ze had zich slechts hoeven herinneren hoe het ooit begon en dat was haar gelukt. Ze voelde de banden van haar aanvankelijk vrijwel lege rugzak in haar schouders snijden en glimlachte, het bewijs dat ze er bijna was!

Ze keek nog maar eens goed naar de mensen met wie ze het laatste half jaar dit reisgenootschap had gevormd. Voor haar liep het Indiameisje, ze praatte vlot en vrolijk, bestrooide de wereld schijnbaar achteloos met woorden, haar taal geruststellend als muziek. Achter de brug die ze net over was hoorde ze de Dramadame voordragen uit eigen werk. O zo doe je dat, had ze gedacht toen ze haar dat in januari voor het eerst hoorde doen en sindsdien had ze aan haar gestifte lippen gehangen. Naast haar liep de Wiskundige die net zo precies schreef als ze lachte. Fronsend, met warrige krullen  zocht ze de juiste woorden, die ze dan opschreef met een streepje door de z. Kijk, ze had vast net een mooi woord gevonden want de zon brak door op haar gezicht.

Dit waren de laatste meters. Alleen de pakhuizen nog langs en dan hun klasje binnengaan. Ze stond even stil om naar de rivier te kijken, woest was die geweest om hun vertrek maar nu lag ze er kalm en blauw en breed te zijn, zeker blij om hen weer te zien.

Daar waren de Juffen! Ze lachten allebei lief, maar die rossige kon streng zijn. Ze rende het laatste stukje, ondertussen in haar tas graaiend naar de bundel verhalen over de Koppige Dokter, haar Tovermoeder, het Meisje Dat Haar Zusje Redde, de Jongen Die Van Muziek Was Gemaakt, de Broeder Die Vertrouwen Gaf, de Wraakgodin Met De Kinderogen, de Man Die Haar Rust Gaf. "Juffen, kijk dan en ik heb ze ook voorgelezen en niemand werd boos of lachte maar ze lúisterden, ze luisterden echt en toen huppelde mijn hart!"

Ze waren inmiddels allemaal aangekomen in het blauwe schooltje aan de rivier. Hoe hadden ze ooit kunnen denken dat het hier zou beginnen en eindigen? Vanuit hier zou het juist altijd doorgaan, verhalen zijn nooit op hadden ze met elkaar ontdekt het worden er steeds méér! Het begin was voor allemaal anders geweest, daar waren ze onderweg achter gekomen. Haar gedachten dwaalden af, ze zocht naar woorden voor hoe het voor haar ooit begon. Haar oor tegen de borstkas van haar opa die haar verhaaltjes vertelde en voor haar zong toen ze zelf nog geen taal had. Warmte, doffe dreunen, het brommen van zijn stem in zijn borstkas. Thuis, dacht ze thuis is het begonnen.


print
Reageer (4)