Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Proloog

Geplaatst op: 20-12-2014
door: Wanda Straatman
woordenjutter

Het was zo’n dunne dinsdagochtend. De lucht ijl, breekbaar. Een dag in zilvertinten. De winter staat te trappelen achter de schuifdeuren, de herfst is met z’n laatste act bezig, iets minder geïnspireerd dan andere jaren.

Spiegels voor leiderschap

Proloog (2e versie)

 

Het was zo’n dunne dinsdagochtend. De lucht ijl, breekbaar. Een dag in zilvertinten. De winter staat te trappelen achter de schuifdeuren, de herfst is met z’n laatste act bezig, iets minder geïnspireerd dan andere jaren. Er schuifelen nog wat bladeren door de tuinen, vergeeld en verschrompeld als oude foto’s. Een enkele enthousiasteling heeft zijn wintersjaal al om. Ongeduldig, net als de winter. Het is zo’n dag op het randje. Het kan schuren of schitteren, al naar gelang je eigen gemoedstoestand. De mijne duwt me die dag naar het schuren, er zit iets niet helemaal lekker.

 

Ik zit in mijn werkkamer en kijk uit op het grasveld dat de twee gebouwen van het opleidingscentrum van elkaar scheidt. Dat grasveld is als een Berlijnse muur, het vormt een denkbeeldige maar niet minder onoverkomelijke scheiding tussen de medewerkers in gebouw A en die in gebouw B. Onze directeur is uit op integratie, dat vindt hij belangrijk. Er is van alles uit de kast getrokken om dat te bewerkstelligen. De medewerkers van de verschillende opleidingen zijn door elkaar gehusseld, wat niet bevorderlijk was voor de inhoudelijke afstemming. Alle overleggen werden afwisselend in gebouw A en gebouw B gepland, wat grote verwarring en vertraging veroorzaakte. En we hebben gezamenlijk deel genomen aan een workshop tangodansen, wat ook niet echt verbindend werkte. Al deze pogingen liepen op niets uit, het grasveld lijkt een eigen doel of opdracht te hebben - een niet te bestrijden splijtzwam, een onverbiddelijke grenswachter. Sommige dingen zijn blijkbaar niet te veranderen, hoe graag we dat ook zouden willen.

Het grote gebouw aan de overkant, gebouw A, is het hoofdgebouw. In gebouw B, dat een stuk kleiner en rustiger is, zijn de trainers gehuisvest. Vroeger was ik een van hen. Samen met een handjevol collega’s van het eerste uur hebben we in een paar jaar tijd een goed draaiende afdeling bedrijfsopleidingen uit de klei omhoog getrokken. Leuk vond ik dat, vooral het pionieren. We waren ontdekkingsreizigers op zoek naar blinde vlekken in het organisatielandschap. We waren onderzoekers die een nieuw medicijn tegen disfunctioneren uitvonden. We konden ontwikkelen, experimenteren en innoveren en we groeiden, als professionals en als team. Nu geef ik leiding aan dit team, al een jaar of acht.

 

Mijn ogen dwalen over het in zilvergrijstinten gedompelde grasveld. Er ligt een boek opengeslagen op mijn bureau. Het ligt er al een paar weken, opengeslagen op dezelfde pagina. Het is een boek over leiderschap en voor de zoveelste keer kijk ik naar de zin die ik heb onderstreept, ‘waarom doe je wat je doet en doe je wat je wilt doen?’. Die vraag kwam bij mij binnen en hij weigert weg te gaan. Hij zeurt in me door als lichte kiespijn, hij vliegt klapwiekend door mijn hoofd op onbewaakte ogenblikken, hij nestelt zich in een holletje van mijn bewustzijn en houdt me uit mijn slaap. Het probleem is dat ik geen antwoord heb op de vraag en dat is ongebruikelijk. Meestal heb ik wel antwoorden of ik denk dat ik het wel weet. En als ik het echt niet weet, verzin ik wel iets dat in ieder geval een plausibel antwoord zou kunnen zijn. Prettig comfortabel is dat, ik ben niet makkelijk van mijn stuk te brengen. En toch sta ik nu opeens met lege handen. Ik weet het niet en dat brengt me van slag. Dat schuurt. Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Beter een slecht antwoord dan geen antwoord. Beter een pijnlijke confrontatie dan de stilte en de leegte die volgen op de vraag. Alles wat ik probeer te verzinnen verdwijnt keer op keer als een vlucht regenwulpen in najaarstrek. Ik heb het nakijken en blijf wat hulpeloos achter in een verlaten veld zonder enig houvast. Tegenwoordig, 12 jaar later, heb ik niet meer zo veel moeite met niet-weten, stilte en leegte. Maar toen was het zo nieuw voor me dat ik het slecht kon verdragen.

Waarom doe ik wat ik doe? Ik heb nooit gekozen voor deze baan, ik ben er ingerold, heb er ooit ja tegen gezegd en in het begin was het spannend, opwindend. Kan ik dat, hoe geef ik leiding, wat wil ik bereiken? Al doende kon ik antwoorden vinden die toen voldeden. Ik weet inmiddels dat ik het wel kan, dat ik het nog zo slecht niet doe, ik ken mijn kwaliteiten en valkuilen en ik heb bereikt wat mogelijk was. Nu hou ik de boel draaiende met een team dat nauwelijks verandert en in vaste patronen terecht is gekomen. Ik ben niet bij machte dat weer los te weken, ik maak er deel van uit. Er is een grasveld ontstaan tussen hoe het is en hoe ik het voor me zie. Professionalisering en kwaliteit zijn verdrongen door declarabele uren en resultaatafspraken, leiderschap door managementcontracten. Ik vind het niet meer leuk, maar veel erger dan dat, ik weet niet meer waarom ik doe wat ik doe. Ik weet alleen dat het niet is wat ik wil doen. En zo heb onverwacht ik toch een antwoord op de vraag!

 

 

Ik sluit het boek dat al zo lang open op tafel ligt en kijk naar buiten. Het zilver is vervlogen, de grijstinten zijn verdicht, de lucht rust zwaar op het gras. Het gebouw aan de overkant lijkt nog verder weg. Het heeft iets sinisters gekregen daar aan de rand van het stille grasveld. Maar in mij is het licht en helder. Ik heb een besluit genomen dat niet eens nieuw voelt. Als een plotseling inzicht, waarvan je weet dat je het al wist. De volgende dag vertel ik mijn baas dat ik mijn functie neerleg. Enige tijd later krijgt ik antwoord op het tweede deel van de vraag. Nu er weer ruimte is, komt langzaam bovendrijven wat ik wel wil, wat ik echt graag wil. Ik heb een lading vragen die ik wil onderzoeken, vragen die ik mezelf niet eerder heb gesteld, vragen waarbij enige afstand nodig is. Wat is leiderschap, wat doet het en wat vraagt het? Hoe komt het dat zoveel leiders zichzelf kwijt lijken te raken? En wat is het effect daarvan? Wat is er nodig? Hoe kunnen mijn eigen ervaringen anderen van dienst zijn?

Er zijn de laatste decennia vele boekenkasten vol geschreven over leiderschap. Misschien zien we door de bomen het bos niet meer. Ik wil de zon door de bomen zien schijnen en op zoek gaan naar die ene open plek in het bos, waarvan ik weet dat hij er is, waar alle zonnestralen samenkomen, een brandpunt vormen en laten zien waar het in de kern allemaal om draait. Zo helder en eenvoudig en dichtbij, dat als we er naar kijken, we ons niet kunnen voorstellen het ooit over het hoofd gezien te hebben.


Reageer (1)