Mijn benen zijn tien meter lang
Ik loop met reuzenpassen
Mijn grote voeten stappen in
De kleine regenplassen
De rode bol verwarmt mijn nek
Met al zijn zinderkracht
Hij stralenwaaiert door het bos
En toont de herfstse pracht
Maar langzaam taant zijn vurigheid
De avondkou trekt op
Nog even glimt een spinnenweb
Dan zit de dag erop.