Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Niets

Geplaatst op: 29-03-2016
door: Wanda Straatman
woordenjutter

“Niets gebeurt tweemaal en niets zal tweemaal gebeuren.”

“Wat wil je daar nu weer mee zeggen”. Ze kijkt verstoord op.

“Ja, dat weet ik zelf ook niet zo goed, het kwam gewoon in me op”. Hij haalt zijn schouders op en ontwijkt haar blik.

“En blijkbaar vind je het nodig om alles wat in je opkomt maar direct de wereld in te werpen. Weet je hoe ze dat noemen? Mentale incontinentie”. Hij kijkt haar vanuit zijn ooghoeken aan en doet een manhaftige poging zich niet weg te laten blazen door haar venijn.

“Het is toch wel een boeiende gedachte, vind je niet?”

“Ach joh, hou toch op.” De toon waarop ze dit zegt doet hem ineen krimpen. Het greintje lef dat zich heel voorzichtig in hem roerde, blaast de aftocht. Hij kan niet tegen haar op. Hij heeft nooit tegen haar op gekund. Niets gebeurt tweemaal? Dit gebeurt tussen hen wel honderd maal en als het aan hem ligt, zal het ook nog honderd maal gebeuren. En zoals altijd trekt hij zich terug. Hij heeft zich er in geoefend zichzelf te laten verdwijnen. Hij stelt zich voor dat hij zijn eigen energie kan zien, hoe deze uit hem naar buiten stroomt, of sijpelt als hij moe is, en hoe hij die stroom kan stoppen en ombuigen, zodat de energie weer terug naar binnen stroomt en in een soort intern circuitje belandt. Dan bestaat hij alleen nog in zichzelf en kan hij haar doen vergeten dat hij er is. Op die manier kan hij zich redelijk veilig wanen. Hij voelt nu nog wel de speldenprikken van haar irritatie, maar hij weet dat die langzaam zal oplossen als hij zich stil houdt.

Zo kan hij verder spelen met de gedachte die in hem opkwam. In de dagelijkse praktijk is het natuurlijk onzin. Daar bestaat het hele leven uit constante herhaling. Alleen al het stofzuigen elke dag. Hoe vaak zou hij dat nu al gedaan hebben? Sinds ze hier wonen misschien al wel … Hij begint te rekenen. Anderhalf jaar, dat is 547 dagen. Daar moet hij dan wel de dagen aftrekken dat hij er niet was, maar dat zijn er niet zoveel. En een enkele keer heeft hij ook weer tweemaal per dag gestofzuigd. Dan komt hij toch wel op zo’n 540 keer.

Zijn gedachtestroom stokt als hij hoort hoe ze opstaat en naar de keuken loopt. Waar hij ook mee bezig is, hij heeft altijd een antenne op haar gericht staan. Hij is zich bewust van waar ze is en probeert haar humeur te peilen. Zo hoopt hij niet overvallen te worden. Ze komt terug uit de keuken en gaat weer aan de tafel zitten. Ze is hem gelukkig al weer vergeten. Hij kijkt naar haar, waarbij hij er goed op let dat hij zijn energie bij zich houdt. Hij ziet hoe ze haar potlood over het papier beweegt, zoekend en uiterst geconcentreerd. Dat heeft ze altijd gekund, helemaal opgaan in wat ze aan het doen is. Bij hem ligt dat anders, hij houdt ook altijd een beetje zijn omgeving in de gaten en is snel afgeleid. Als hij de lijnen van haar potlood volgt, bedenkt hij dat het daar wél opgaat, dat niets tweemaal gebeurt. Elke lijn is nieuw en het is onbekend waar het naar toe gaat, wat het zal worden. Dat is creativiteit, denkt hij. Iets nieuws creëren en juist niet van te voren weten wat er gaat gebeuren, of wat er niet zal gebeuren. Heel wat anders dan stofzuigen. Misschien is het daarom wel precies de juiste taakverdeling tussen hen. Zij wijdt zich aan haar tekeningen, haar scheppingsdrang, en hij zorgt voor de dagelijkse, zich steeds herhalende dingen. Hij heeft zich daar bij neergelegd. Dat was vroeger thuis al zo. Hoewel zij een jaar jonger was dan hij, bepaalde zij van heel jongs af aan de rolverdeling. Zij was de prinses en hij haar bediende, zo had ze het ook gezegd. Hij ziet haar nog staan in haar witte jurkje, de voetjes stevig in de grond geplant, armpjes in haar zij en het hoofd een beetje scheef. Ze zal een jaar of vier geweest zijn, maar ze wist al precies hoe ze het wilde. “Ik ben prinses Arabella en ik heb belangrijke dingen te doen. Jij bent mijn bediende en je moet voor mij zorgen.” Hij kon nog voelen hoe hij tegelijkertijd vertederd en een beetje bang voor haar was. Hij had haar niet tegen gesproken.

En nu jaren later, nadat ze allebei een eigen leven achter de rug hebben, is het nog steeds zo. Niets verandert ooit en niets zal ooit veranderen.


Reageer (3)