Inloggen (e-mail/wachtwoord)

De plek

Geplaatst op: 21-03-2020
door: Wanda Straatman
woordenjutter

Een oefening in objectief beeldend schrijven

Als ik mijn ogen opsla van mijn laptop, vallen me als eerste de rimpelingen op het water op. Vandaag lopen ze van rechtsonder naar linksboven achter het raam langs. Twee meerkoeten glijden naar elkaar toe tot ze opeens weer ieder een eigen kant op gaan. Achter het water zijn de bomen nog kaal, zodat ik de weg kan zien. De gestage stroom auto’s in beide richtingen heeft een rustgevend effect. Als ik nog verder omhoog kijk, vult de lucht het grootste deel van het raam. De takken van de bomen steken scherp af en spelen hun silhouettenspel in trage bewegingen. Vogels vliegen door dit stilleven, van tak naar tak. Het is een grijze dag met een grijs-wit gemarmerde lucht.
Mijn bureau staat in de uiterste hoek van de kamer, voor het raam. Het is een klein bureau waar geen stapels papieren op passen. Alleen mijn laptop, een bloknoot en een postbakje. In dit hoekje, aan dit bureau heb ik mijn eigen plek. Met mijn rug naar de rest van de kamer kan ik me afzonderen zonder een deur dicht te doen. Ik weet precies wat zich achter mijn rug bevindt, ik kan de kamer uittekenen. Als ik opsta en diagonaal door de kamer naar de keuken loop, heb ik 19 stappen nodig. Ik passeer eerst links een leeshoekje, rechts de zithoek voor de TV kast met een grote gele bank en twee gemakkelijke stoelen. Mijn ogen glijden even over de wand met schilderijen en tekeningen, en dan loop ik langs de eettafel aan mijn linkerhand de open keuken in. Precies in het midden op de bank ligt mijn hondje, op een groot, zacht, geel kussen. Aan de eettafel zit mijn vrouw te lezen. Het is drie uur, het midden van de middag, zo’n tijd waarop alles even stil lijkt te vallen.


Reageer (1)