Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Binnen

Geplaatst op: 21-03-2020
door: Wanda Straatman
woordenjutter

Een oefening in subjectief beeldend schrijven 1

Het water achter mijn raam heeft de kleur van een modderpoel. Zo’n vaalbruine tint die je bijna kunt ruiken. Vaag zie ik de weerspiegeling van de bomen in het water, als donkere groeven vervormd door de rimpelingen die om de bocht uit het zicht verdwijnen. God mag weten waar ze blijven. Achter het water vormt een rij bomen een afscheiding met de weg. Ze staan erbij als een moegestreden leger dat in rommelige marcheeropstelling op de terugweg is. De kale takken steken scherp af tegen de donkergrijze lucht en doen me denken aan kriskras omhoogstekende geweerlopen.
Ze zeggen dat het op oorlog lijkt. Het gewone leven is grotendeels plat gelegd. We mogen onze huizen liever niet uit. De scholen en de verzorgingshuizen zijn dicht. Er zijn heel weinig auto’s op de weg. Om deze tijd staat er meestal een flinke file, maar nu kan ik de auto’s tellen, beide kanten op. Het uitzicht dat me altijd zoveel rust gaf, is een onveilige omgeving geworden waar de vijand loert.
Ik zit aan mijn bureau en probeer te schrijven, maar de donkerte buiten zit ook in mijn hoofd. Ook in mijn hoofd een modderpoel die beter niet doorwoeld wordt. Ook daar onzichtbare vijanden die zich ver onder de oppervlakte schuil houden. De kamer achter mij is mijn wereld geworden. Het is er stil en leeg. Mijn hondje dat naast me op zijn kussen ligt en mijn vrouw die aan tafel zit te lezen, zijn ook stil. We hebben ons allemaal naar binnen teruggetrokken. Onze goedbedoelde pogingen om in beweging en in contact te blijven, veranderen daar niets aan. Nog even en ik doe de gordijnen dicht en de lichten aan.


Reageer (1)