Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Wrok

Geplaatst op: 29-03-2020
door: Marlijn de Jager-Gerhardt
cursist

Les 2, over de lente. 

Een diepe zucht. Daar kom je weer, gewapend met tuinschep en grijpgrage handen. Je schaduw nadert en kleurt frisgroen vijf tinten bewolkter. De paardenbloemen, muscaritoeters en ranonkelkoppen halen opgelucht adem en vieren licht wuivend de lente onder de blauwe hemel.

Wij zetten ons schrap, al is dat nergens voor nodig. Je wint het toch nooit van ons. Ons immense wortelnetwerk heeft de bodem al geconfisqueerd. Als wij er niet waren, zakte je door de grond, met die gevulde buik en wiebelvoeten. Wij zijn jouw vangnet, maar nee, het staat je niet aan. Onze soort kleurt niet bij de cameliastruik. Toe maar dan, wij steken toch de kop wel weer op. Splijt onze wortels maar in tweeën, zodat we ons volgende week gewoon weer kunnen vermenigvuldigen. Ha! De ironie! Je wilt van ons af, maar voedt mijn kinderen. 

Trouwens, is het getal zeven niet een heilig getal? Waarom scheur je ons dan zo goddeloos in stukken?

 

Terwijl ik mijn beklag doe over jouw met potgrond besmeurde worstenvingers, zie ik hoe je smeerwortels uit de aarde probeert te trekken. Brommend versnipper je wat blad, de rest zit muurvast nietwaar? Doe je best. Hun vlezige benen hebben zich metersdiep ingegraven en wij groeien daar hand-in-hand-in-hand-in-hand omheen. En? Helpt dat lullige schepje nog een beetje? Wat vervelend dat'ie zo snel verbuigt.

 

Ben je klaar voor vandaag? Je kijkt tevreden naar je 'opgeruimde' borders. Ik hap naar adem. Je hebt mijn ledematen afgescheurd en geamputeerd, zonder spijt, zonder gêne. Je hebt me bovenop mijn soortgenoten gekwakt. 


De zon zuigt het levenslicht uit onze nerven. We krullen op en raken in elkaar verstrengeld. We sluiten onze ogen toe.

Maak je geen zorgen, want wacht maar op de dag van morgen. 


Reageer (2)