Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Mobieltje

Geplaatst op: 17-03-2013
door: Arnoud
schrijfgenoot

Het landschap kan nog zo overweldigend zijn. Soms dringt het allemaal niet tot me door en ben ik vooral met mezelf bezig....


Het mobieltje


 


“Klein Zwitserland” is de bijnaam voor het Müllerthal, het gebied in het Noordoosten van Luxemburg. Je zou het beter de “Small Canyon” kunnen noemen, want het zijn niet zozeer de groene Alpen­weiden die het landschap typeren, als wel de diep uitgeslepen rotsformaties en de talrijke watervallen die doen denken aan de Amerikaanse Grand Canyon.  Klein en nietig voel ik me te midden van de imponerende steenmassa’s en sprookjesachtige waterpartijen waar het pad tussendoor laveert. Maar veel oog heb ik niet voor al dat schoons, want die gevoelens van nietigheid hebben dit  keer vooral te maken met de enorme stommiteit die ik heb uitgehaald. Oen die ik ben. Hoe kon ik zo stom zijn?


Het verhaal begint al voor mijn vertrek, ruim twee weken geleden. Ik had toestemming gekregen om de Blackberry van mijn werk mee te nemen op mijn wandeling naar Rome. Ik gebruikte hem altijd voor werk én privé en hoefde dus geen nieuw mobieltje aan te schaffen met een nieuw nummer. De afspraak was dat ik de kosten die het vaste maandelijkse bedrag zouden overschrijden achteraf zou verrekenen. Totdat bleek dat ik in Luxemburg opeens geen bereik meer had en mijn handige smart­phone plotseling zijn belangrijkste functie had verloren. Tot mijn schrik realiseerde ik me hoe afhankelijk ik als moderne pelgrim ben van de digitale technologie. Ik gebruikte hem om ongeveer eens per week naar het thuisfront te bellen, of gebeld te worden. En om overnachting­adressen te reserveren, maar de laatste dagen ook om contact te houden met Ad en Rindert, twee andere wandelaars met wie ik een tijdje had opgetrokken.


En zo loop ik een dag later in de stromende regen langs de drukke verkeersweg die het centrum van Diekirch verbindt met het drie kilometer verderop gelegen winkelcentrum. Ideaal voor het moderne gezin: veel parkeer­gelegen­heid, ruim bemeten winkels, alles onder één dak. Maar voor mij vormt dit lokale consumptieparadijs een ongevraagd en noodzakelijk tussenstation op mijn tocht naar het zonnige zuiden. De regen klettert gestaag en vasthoudend op mijn hoofd terwijl het zware vracht­verkeer een paar meter naast me voorbij dendert. Maar ik moet deze barre tocht ondernemen om mijn mobiele bereikbaar­heid tijdens de rest van mijn route te garanderen.


Die avond ben ik – voor krap twee tientjes - in het gelukkige bezit van een eenvoudig mobieltje, voorzien van de belangrijkste functies, zelfs radio-ontvangst met twee “oortjes” die tegelijk dienst doen als antenne. In een dorpje aan de Luxemburgse – Duitse grens bekijk ik in een volledig door Portugese migranten gedomineerd café de voetbalwedstrijd Nederland – Portugal. Na de winst van Portugal staat het dorp even helemaal op zijn kop en hoor ik overal joelende Portugese jongeren door de straten trekken. Mijn teleurstelling over de prestaties van Oranje wordt gecompenseerd door het besef van mijn nieuwe mobiele aanwinst.


De volgende ochtend pak ik mijn spullen bij elkaar na een tevreden nacht slapen in mijn mini-tentje.


Vlak voordat ik mijn rugzak stevig tegen mijn rug aan sjor, houd ik nog even mijn mobieltje in mijn hand en bestudeer de werking van de verschillende toetsen. En dan opeens heb ik hem uitgezet. Ik weet gelukkig de aan-knop te vinden, maar dan vraagt-ie om de pincode. De pincode? Wat is de pincode? Waar is de pincode? Waar was ook alweer de pincode? Nee toch? IK heb toch niet dat kaartje waarop de pincode staat weggegooid? JA, IK HEB DAT KAARTJE WEL DEGELIJK WEGGE­GOOID!!


Vloekend en tierend, jankend en schreeuwend van wanhoop en doffe ellende loop ik mezelf te verwensen. Tranen biggelen over mijn wangen als ik bedenk wat ik mezelf op de hals heb gehaald door niet gewoon in Nederland het bereik in het buitenland van de Blackberry fatsoenlijk te regelen, door die troosteloze wandeling door de stromende regen, door de gedachteloze beweging waarmee ik het belangrijke kaartje heb weggegooid – ik meen nog precies te weten in welke vuilnisbak langs welke weg in welk dorp. Kortom: de mateloze onbenulligheid van deze hele exercitie maakt me intens verdrietig.


Deze gemoedstoestand versluiert het eerste uur van de wandeling mijn blik op mijn omgeving, zodat de imposante schoonheid van “Klein Zwitserland” slechts mondjesmaat tot mijn bewustzijn door­dringt. Langzaam maar zeker krijgt de rust van het landschap weer greep op mijn geest en na een halve dag lopen bereik ik het stadje Echternach. Daar loop ik te midden van massa’s winkelende dagjesmensen een telefoonwinkel binnen en leg mijn probleem voor aan de vriendelijke jongeman.


“Wat is uw telefoonnummer?” vraagt hij luchtig. Gelukkig heb ik dat wél ergens genoteerd. Hij toetst het nummer in op zijn computer en zonder enig voorbehoud noemt hij mij de pincode die de vernuftige werking van het eenvoudige apparaatje weer voor me ontsluit. Dolgelukkig verlaat ik de winkel en even later kunnen de geur en smaak van koffie-met-gebak weer doordringen tot mijn neus en tong. Mijn zintuigen staan weer open voor alle indrukken en signalen van mijn omgeving. En niet te vergeten: ik ben weer bereikbaar voor het thuisfront.



Reageer (1)