Inloggen (e-mail/wachtwoord)

personages

Geplaatst op: 02-12-2020
door: Wilma
online cursist

Mijn personages! 


 

Iris
Iris, geboren als regenboogkind, altijd bezig om op symbolieke wijze verbindingen die te maken door en met bloemen. Vrolijk, altijd neuriënd, zonder enige opsmuk. Puur natuur dagelijks te vinden in haar bloemenboetiek schuin tegenover de christelijke school in Golsen. Nooit korte broek, blote armen. Haar altijd rouwende nagels verraden haar geworstel in zwart zand. Hoe kleurig zichtbaar, zo donker omrand onzichtbaar. Haar eigen ontworpen bloemenlexicon is het boek waar alles om draait, zoals de bijbel in de kerk.



Gerdientje
Net boven de anderhalve meter lang, vanaf zijn vijftigste kaal, maar vorige week ineens was Gert als Gerdientje daar. Lange donkere haren, lippenstift tekenen de lippen fel rood boven zijn donkere stoppelkin. De boerenkiel en spijkerbroek zijn vervangen voor een strakke leren broek met wijd open blouses. Tussen het angora tapijtje van borsthaar wippen nu twee borsten parmantig rond. Stuntelend nog op de hoge wiebelhakken, nepnagels heftig gekleurd en met een gelakt tasje aan haar rechterarm, loopt ze in het vergrootglas van deze zwaar christelijke dorpsgemeenschap. Golsen siddert.
Zondag daarop was de tekst van de preek: “Een vrouw zal geen manskleren dragen en een man geen vrouwenkleed aantrekken, want ieder die deze dingen doet, is de Here, uw God, een gruwel.” Deuteronium 22 vers 5



Versleten pet
Sinds vorig jaar hij zijn woonwagen geparkeerd in het park aan de rand van het dorp. Zonder water en elektriciteit aansluitingen. Dagelijks scharrelt hij met zijn hond, die tegen iedere willekeurig obstakel zijn poot oplicht, rond in het dorp. Schuw verscholen ogen onder de klep van zijn versleten pet. Sokken gluren door de gaten van zijn afgetrapte schoenen. Niemand kan om hem heen want zie je hem niet dan ruik je hem wel. Naamloos en niemand kent zijn taal, weet hoe zijn stem hoort. Een eenzame man met hond in een dorp als Gonsel. Zo christelijk, maar zo ongastvrij.


 


GOUDVIS


De goudvis zag door het raam van de kom hoe alles zich duizendmaal vergrootte. Het was de hele dag heerlijk rustig nadat iedereen na het ontbijt was vertrokken. Gelukkig was de oudste van de twee kinderen op de valreep tot het idee gekomen dat hij ook nog zijn ontbijt moest.
Nu waren ze weer allemaal samen rondom zijn kom. Hij draaide weer zijn rondjes en voelde aan de trilling van het water hoe er werd gestampt op de vloer.
De jongste dochter schreeuwde en huilde dat haar voortand heel erg wiebelt en zij die niet wil missen. Mam deze tand knuffelt zo lief met de tand die er naast zit.
Goudvis ziet dat er een grote naaidoos op tafel wordt gezet en er een dik stuk touw uitkomt. Met veel tegen stribbelen en luid gekrijs probeert de moeder de tand vast te binden. De goudvis moet zijn best doen om niet te verdrinken door de vreselijke trillingen die het water maakt vanwege alle geluiden die van buitenaf komen.
De oudste kijkt toe hoe de tand wordt vastgebonden aan de klink van de openstaande keukendeur. Wat een dramatisch schouwspel. Wat ben ik blij dat ik geen tanden heb, dus ook niet hoef te wisselen.
Dan uit het niets slaat de moeder de deur dicht en de tand bungelt aan het touw voor het meisje. Luid schreeuwend en krijsend valt ze op de grond en pakt haar melktand heel voorzichtig op.
Met haar tong steekt ze door de opengevallen ruimte tussen haar voortanden.
Dan pakt de moeder het tandendoosje en legt daar de tand met veel liefde op een zacht wit kussentje. Het meisje zegt nog dat ze hoopt de andere tand nu ook snel eruit gaat, kunnen ze dan samen knuffelen in het tandendoosje.
Maar o wee, dan komt die nacht de tandenfee.


 


DE JURK


Iris checkt voor de laatste keer in de spiegel hoe ze eruit ziet, in deze voor haar, totaal onbekend en vreselijk ongemakkelijke outfit. Waarom is die dresscode toch altijd zo belangrijk voor haar moeder. Weer hoort ze haar moeders woorden: ‘Iris, ik hoop dat ik me niet voor je hoef te schamen zaterdag en je je op een nette manier vertoont aan de rest van de familie.’
Ja, het is inderdaad het residu van de familie wat er vanavond zal zitten, waar ze helemaal niets mee heeft.
Er is de hele dag al een tweestrijd in haar aan het vechten.
Als ik ga, hoe ga ik dan, zoals ik ben of zoals ik moet zijn, volgens dat stelletje hypocrieten.
Iris springt op haar racefiets maar voor ze in het zadel zit versperd, de veel te nauwe jurk, deze weg en vliegt ze als een katapult richting de grond.
Ze hoort hoe haar geleende jurk begint te scheuren en voelt de pijn als haar lichaam het asfalt raakt. “Gatver, wat doe ik ook in deze achterlijke kleding. Shit familie, wat een klotenzooi, zie mij hier nu liggen.” Ze smijt de fiets van zich af en draait zich met veel pijn en moeite op haar rug. Haar rode krullen kleven vast aan haar wangen, is dit bloed of zweet? Dan zijn daar de tranen, die de hele dag al zo onzichtbaar voelbaar waren, maar niet wilden doorbreken.
Hoog in de lucht slaat een draak haar gade. De wind is samen met de wolken een prachtige voorstelling aan het showen, gelijk een zandtovenaar.
Dan weet ze het, de voelbare, onzichtbare wind, die zichtbaar de wolken vervormt, zo heeft zij zich jaren onzichtbaar, voelbaar laten vervormen.
Ze doet haar kapotte jurk uit en maakt de wonden schoon. Dan trekt ze haar zo vertrouwde afgeknipte spijkerbroek met haar Madball shirt aan. Iris pakt de fiets van Wim en gaat opnieuw op weg naar haar moeder, met een zelfverzekerdheid die ze in geen tijden gekend heeft.


Reageer (1)